Actualiteit

Innovatiepremie - gunststatuut verlengd tot 2027

De innovatiepremie is een voordelig beloningsinstrument om werknemers te belonen die met vernieuwende en creatieve ideeën voor de dag te komen. Mits tegelijk aan een aantal voorwaarden voldaan is, kan de werkgever deze premie immers vrij van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing toekennen. Bovendien wordt de premie niet aangerekend op de loonnorm. De verlenging van de maatregel zit vervat in een wetsontwerp dat momenteel besproken wordt in de Kamer. Deze bespreking geldt dan ook onder de voorwaarde van publicatie in het Belgisch Staatsblad. 

Wijzigingen ontslagrecht in 2026

Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering is gestart vanaf 1 april 2026 (m.a.w. op 1 april of een latere datum) zal de maximale opzeggingstermijn 52 weken bedragen bij een ontslag door de werkgever. 52 weken is gelijk aan 1 jaar. Hetzelfde principe geldt wanneer de werknemer met onmiddellijke ingang met betaling van een opzeggingsvergoeding wordt ontslagen. De opzeggingsvergoeding zal maximaal overeenstemmen met het loon en voordelen van 52 weken. 

Wetgevend kader voor verhoging maaltijdcheques is klaar

Op RSZ-vlak is de wetgeving aangepast en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, ook is de uitzondering op de Loonnormwet gepubliceerd. De derde en laatste horde betreft het fiscaal luik. De Regering nam recent ook deze horde en keurde het gewijzigde fiscaal wetgevend kader goed. Op sectoraal niveau werd in PC 226 beslist de maaltijdcheque gefaseerd te verhogen met 2 EUR. Een eerst verhoging zal plaatsvinden in februari 2026, een tweede verhoging zal plaatsvinden in december 2026.

Begrotingsakkoord in heel grote lijnen

Na intensieve onderhandelingen bereikte de federale regering een akkoord over de begroting. Het doel is tegen 2029 een structurele besparing van 9 miljard euro realiseren. Om dit te bereiken zal het zomerakkoord verder worden uitgevoerd en zijn bijkomende maatregelen afgesproken. Hoewel dit politieke akkoord nog moet worden omgezet in wetgeving, geven we u graag een eerste overzicht van enkele belangrijke sociaaljuridische en fiscale maatregelen die op komst zijn en impact zullen hebben op werkgevers.

Begrotingsakkoord - ingreep op de index

De overheid voert vanaf 2026 een nieuwe aanpak in voor de indexering van lonen en sociale uitkeringen. Het uitgangspunt is eenvoudig: tot aan een bepaald brutogrensbedrag blijft de normale indexering volledig behouden, maar voor het gedeelte daarboven wordt de indexering beperkt. Deze ingreep gebeurt in twee fases, namelijk in 2026 en opnieuw in 2028. Voor lonen en wedden ligt de grens op 4.000 euro bruto per maand; voor sociale uitkeringen bedraagt die grens 2.000 euro bruto. Concreet betekent dit dat werknemers en uitkeringsgerechtigden boven deze bedragen slechts een gedeeltelijke indexering krijgen. Iemand die bijvoorbeeld 6.000 euro bruto per maand verdient, ontvangt in 2026 niet langer een volledige indexering op het volledige loon, maar enkel op het deel tot 4.000 euro. De werkelijke berekening ligt echter complexer dan dit eenvoudige voorbeeld doet vermoeden - een nuance die we verderop uitgebreid toelichten.

Begrotingsakkoord - verplichte arbeidstijdsregistratie op komst vanaf 2027

Het is geen verrassing dat de regering nu een beslissing neemt over verplichte tijdsregistratie. De druk om de Belgische regels te moderniseren nam de voorbije jaren toe, zowel vanuit Europa als in eigen land. In het begrotingsakkoord van afgelopen maandag wordt bevestigd dat vanaf 1 januari 2027 een verplicht systeem van arbeidstijdregistratie wordt ingevoerd in zowel de private als de publieke sector, met vrije keuze voor werkgevers over de gebruikte methode. Deze stap sluit aan bij het regeerakkoord, dat al eerder sprak over tijdsregistratie in combinatie met een nieuw kader voor flexibel werk. De regering vroeg opnieuw advies aan de Nationale Arbeidsraad, waar de meningen verdeeld blijven tussen werknemers- en werkgeversorganisaties.

Studentenarbeid mogelijk voor elke 15-jarige

Een 15-jarige mag alleen studentenarbeid doen als hij niet meer voltijds leerplichtig is. Dat is het geval zodra het eerste én tweede jaar van het secundair onderwijs doorlopen zijn – of je geslaagd bent of niet maakt daarbij niet uit. Momenteel is een minderjarige student dus steeds een zogenaamde ‘jeugdige werknemer’. Dit is een begrip uit de Arbeidswet waaronder alle minderjarige werknemers vallen die 15 jaar of ouder zijn en die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht. De Arbeidsovereenkomstenwet en de Arbeidswet worden door het wetsontwerp op zo'n manier gewijzigd dat studentenarbeid ook mogelijk wordt voor 15-jarigen met voltijdse leerplicht.